Ik wil nu iets zeggen wat voor veel mensen gewoonweg niet gezegd mag worden. Kanker is geneesbaar. Ik wil er meteen aan toevoegen dat het zo is. Het is zo dat kanker niet bij iedereen geneesbaar is.
Het is niet geneesbaar als het niet zo moet zijn. Het kan niet zo zijn dat kanker genezen wordt als de mens geen mens is. Mensen die elke menselijkheid missen, kunnen niet van kanker worden genezen. Ze kunnen niet worden genezen omdat ze er niet meer zijn. Ze zijn al weg. Hun leven heeft geen zin meer. Hun leven kan geen zin meer hebben omdat ze alles doen wat mensen niet mogen doen. Mensen van hun leven beroven.
Ik begrijp het. Wat hier staat, is moeilijk te accepteren. Waarom?
Omdat alle mensen toch mensen zijn. Je kunt toch niet zeggen: “Dat is geen mens.”
Dat kan wel. Dat moet zelfs. Waarom?
Omdat je anders niet meer kunt geloven dat God bestaat. God zou toch liefde moeten zijn. Hoe kan God dan toestaan dat alles gebeurt wat er nu met mensen op aarde gebeurt? Niet alleen dat. Er gebeuren ook vreselijke dingen met de aarde. Zo vreselijk dat de aarde zich ook in haar bestaan bedreigd moet voelen. Zich bedreigd voelen door mensen. De aarde, die alles voor mensen doet.
Moet dat allemaal mogelijk zijn met instemming van God? Dat kan toch niet. Dat wil ik niet accepteren.
Liefde is. God is liefde. Liefde, eer en respect voor alles wat is. Moet met instemming van God mogelijk zijn wat mensen vandaag de dag doen – laten doen?
Dat kan niet.
Dat kan alleen maar zijn omdat wij mensen dat zo willen. Wij mensen willen dus alles wat er vandaag op aarde gebeurt. Mensen worden vernietigd. De aarde wordt vernietigd. Men houdt niet op.
Mens – ben je echt zo? Nee – mens – je bent niet zo. Je bent een liefhebber. Liefhebbers kunnen niet doen wat er wordt gedaan. Er wordt voor gezorgd dat het gebeurt.
Er moet dus iets met je gebeuren – mens – waardoor je al datgene doet wat je doet of laat gebeuren.
Je bent geen mens meer. Je bent een wezen dat elke menselijkheid mist. Gevangen in gedachten die je vreselijke dingen laten denken, en ook laten doen en laten gebeuren.
Jij – mens – bent verdwaald in deze gedachten, die je niet meer mens laten zijn. Je bent anders. Niet meer een mens, maar een wezen dat wordt beheerst door iets dat je niet meer kunt controleren en voorkomen. Je bent geen mens meer, omdat je in de handen bent van iets dat je niet meer loslaat. Dat wil vernietigen. Je kunt niet anders meer.
Je bent geen mens meer, maar het product van je gedachten, die je niet meer loslaten en je niet meer laten zijn wie je bent. Een mens die liefheeft.
God kan niet bij je zijn. Dat wil je niet. Je bent niet bij God. Hoe zou dat ook kunnen, je kunt niet liefhebben. God is liefde. Wil liefhebben. Hij kan je niet meer bereiken. Je bent weg. Weg in je gedachten, die je steeds verder wegvoeren.
God moet je laten gaan. Je wilt niets met God te maken hebben. Je moet doen wat je denkt. Je gedachten vertellen je wat je moet doen. Dat betekent: “Ze hebben je overgenomen. Je bent er niet. Je ziet niet alles wat je doet.”
Je ziet niet dat je geen mens meer bent. Je ziet niet hoeveel leed je veroorzaakt. Je ziet niet dat er in jou geen hart meer klopt dat bij je is. Je ziet niet hoe je hart lijdt omdat je nergens meer naar luistert. Je ziet niet dat er mensen om je heen zijn die niet kunnen zijn omdat jij ze niet laat zijn. Je ziet niet dat alles wat je hebt, niets doet. Je ziet niet dat al je geld en bezittingen niemand helpen, behalve je waanzin. Je ziet niet dat deze waanzin je niet meer laat zijn wie je bent. Je ziet niet dat je niet meer bent. Geen mens bent, maar een wezen dat niets meer met een mens te maken heeft. Je kunt niet meer zijn wie je bent, omdat je alles verloren hebt. Alles verloren hebt wat je menselijk maakte.
Er is nu genoeg gezegd. God kan niet meer zien wat er is. God kan niet laten wat er is. Alles moet weg. Nee, alles moet weg wat het mens-zijn niet meer mogelijk maakt.
Jij – mens – die niet meer bent wat je was, kunt niet meer.
Nee, je doet nog steeds. Je laat mensen en de aarde niet met rust. Ze betekenen niets voor je. Je wilt ze alleen als ze nuttig zijn. Velen zijn niet nuttig voor je. Je laat ze niet zijn. Je doet alles wat hen niet laat zijn. Dat is te zien. Elke dag te zien in de media die je gebruikt om mensen voortdurend onder druk te zetten. Om hen ook bang te maken. Je laat mensen gewoon niet zijn.
Je bent niet. Je bent geen mens meer. Wat jij wilt, wil God niet. Je bent niet met God. Je wilt God niet. Daarom kun je nooit genezen worden van wat je hebt.
Mensen zijn anders. Ze kunnen niet alles doen wat ze denken. Ze zijn soms op een slechte weg. Dat ze op een slechte weg zijn, kan ook langer duren. Dan zijn zij ook degenen die problemen hebben. Ze komen tot uiting in het lichaam als ze zich niet met hun problemen bezighouden. Als ze gewoon doorgaan. Niet kijken naar wat er is, wat niet goed voor hen is.
Je kunt het je zo voorstellen: „Iemand doet iets wat niet goed voor hem is. Dan voelt hij zich niet goed. Hij kan ook pijn hebben. Dan neemt hij gewoon een pil en als die helpt, gaat hij gewoon door. Ik heb geen tijd. Moet. Het komt wel goed. Maar het is niet goed. Er is iets dat niet goed is. Maar je wilt er niet naar kijken. De schaduw gaat mee. De schaduw is het probleem dat je hebt, maar waar je niet mee afrekent. Je bent koppig op weg. Je wilt niet kijken naar wat er is. De ziel wil dat niet. Ze laat iets zien. Wat? Dat kan van alles zijn, afhankelijk van het probleem dat je hebt. De ziel wordt onrustig als je gewoon niets doet om iets te veranderen. Ze kan dan ook iets doen waardoor mensen niet meer rustig kunnen zijn. Het kan dan ook kanker zijn.
Kanker is iets wat mensen ertoe kan aanzetten om iets te doen. Ze zijn dan gealarmeerd. Het gaat om mijn leven. Alles wat ervoor was, heeft niet bereikt wat kanker nu bereikt: “Het zorgt ervoor dat je iets doet.”
Het gaat om mijn leven. Nu moet ik iets doen. Wat? Dat laat ik me vertellen. Er zijn specialisten. Zij weten hoe het zit. Zij zeggen niet alleen wat er moet gebeuren, maar doen ook wat nodig is. Je moet de kanker snel wegwerken, anders is het mogelijk dat hij uitzaait. Als hij uitzaait, kan hij al snel overal zijn. Dan is het leven echt in gevaar.
Is kanker dus wat mensen wakker schudt? Nee, dat hoeft niet zo te zijn. De meeste mensen zijn van mening dat als we alles hebben gedaan wat ons is opgedragen om de kanker te laten verdwijnen, we niets veranderen. Ze gaan verder. Je hebt meegemaakt wat je niet meer wilt meemaken, maar je blijft wegkijken van wat tot de kanker heeft geleid. Ik weet ook niet wat het is.
Hoe zou ik dat überhaupt moeten weten? Ik weet niets over mijn ziel en ook niet hoe je naar problemen moet kijken. Er zijn vast mensen die daarover praten en die je ook kunt vragen, maar ik weet het niet. Ze praten over dingen die moeilijk te begrijpen zijn. Dan blijven we toch liever bij het oude vertrouwde. Je doet wat je denkt dat goed is als het zover is. Als de kanker er is.
Het is duidelijk. Wat moet je anders doen? Haast is geboden. Je hebt geen tijd voor veel gesprekken. En al helemaal geen tijd om na te denken over wat ertoe leidt dat er kanker ontstaat. Je bent ook bang. Je wilt weg uit die angst. Dus moet je iets doen. Zo snel mogelijk, zodat wat er is zich niet verder kan ontwikkelen.
De kanker verdwijnt. Mogelijk. Het probleem – de schaduw blijft. Je leeft. Goed.
Wat doet de ziel? Ze blijft onrustig. Waarom? Omdat er niets gebeurt waardoor de ziel weer rustig wordt. De ziel is er om erop toe te zien dat de mens iets voor zichzelf doet. Dat is vandaag de dag meer dan ooit niet het geval. Je doet alles voor anderen, behalve voor jezelf.
Nee, nee, nee, dat is niet waar! Er zijn oneindig veel egomanen onder ons. Ze doen constant alleen maar iets voor zichzelf. Natuurlijk is dat zo. Maar daar heb ik het hier niet over. Zij hebben echter ook een probleem. Ze zien niet wat hen tot egomanen maakt. Hun EGO zorgt daarvoor. Hun EGO is erg sterk, omdat het alle aandacht krijgt die het wil. Men doet alles voor zijn EGO. Men is bezig met alle gedachten die het EGO voortdurend produceert. Je moet steeds meer doen. Niets is genoeg. Je moet jezelf bewijzen. Anders denken ze dat je niet sterk bent. Er staat veel op het spel. Als je nu niet handelt, ben je weg. Handel nu. Je moet je doorzetten. Als je dat niet doet, ben je misschien weg. Dus neem alles wat je hebt en zet je door. Je hebt geen tijd te verliezen, anders is er iemand die je niet meer laat zijn wie je wilt zijn. Iemand die belangrijk is. Egomanen hebben dus ook problemen. Ze kunnen alleen maar moeilijker doen wat jij ook moet doen. Hun EGO heeft hen vaak volledig in zijn greep. Dan denken ze: “Als je doet wat je moet doen, kan er je niets gebeuren. Zorg er dus voor dat niemand je kan vertellen wat je moet doen. Dan ben je goed op weg.”
Ga ervan uit – mens – dat er ook veel mensen zijn die al willen kijken wat er aan de hand is. Alleen kunnen ze dat niet. Ze weten niet hoe ze dat moeten doen. Er zijn ook veel mensen die zeggen dat ze weten hoe ze dat moeten doen, maar dat weten ze niet. Dan zijn ze snel weg. Ze geloven niet meer wat men hen vertelt.
Ik wil hiermee alleen maar zeggen: „Wees waakzaam. Geloof niet alles wat men je vertelt. Zorg er zelf voor dat je het weet.“
Ik ben toch niet opgeleid op dit gebied. Ik ben er wel in geïnteresseerd, maar ik heb geen tijd om me echt te verdiepen in alles wat nodig is om te begrijpen wat er is en wat er moet gebeuren.
Dat is duidelijk. Maar daar gaat het niet om. Je kunt alles doen wat nodig is, als je dat wilt.
Maar je wilt het niet. Je hebt tijd, maar je wilt niet. Je hebt zoveel te doen. Je moet ook dingen doen om te kunnen leven. Natuurlijk doe je ook veel dingen die niet nodig zijn, maar je doet ze gewoon. Misschien niet goed, maar zo is het nu eenmaal.
Precies, zo is het nu eenmaal. Gewoonte is er. Het is een kracht. Het doet er veel aan om ervoor te zorgen dat je niet doet. Het EGO weet hoe het je op het rechte pad houdt.
Het is ook zo dat je niet ziet wat er is als je je lichaam niet ziet. Je denkt dat het er gewoon is, zodat jij kunt zijn. Nee, het is er niet en doet. Het wil ook gewaardeerd worden. Het wil ook gezien worden.
Dat is toch onzin. Ik zie mijn lichaam. Ik kijk vaak, te vaak, in de spiegel. Ik doe ook iets voor hem. Ik houd hem fit. Ik ben dus goed voor hem. Dat doe ik allemaal voor mijn lichaam.
Je doet iets voor je lichaam. Goed, dat kan zo zijn. Waarom doe je dat? Hij moet mooi en fit zijn. Maar dat is niet waar ik het over heb. Ik heb het over waardering. Over dankbaarheid. Over diepe toewijding. Over liefde.
Liefde wil dat. Liefde wil dat voor alles. Voor jou. Voor de aarde. Voor het lichaam. Voor alle levende wezens. Voor de bloemen. Voor de struiken. Voor de bomen. Voor het gras in de tuinen. Gewoon voor alles.
Kun je zeggen dat je voor je lichaam doet wat het gelukkig maakt? Bedenk gewoon wat je wilt. Je wilt toch ook aandacht krijgen. Bedankt worden. Je wilt dat mensen naar je luisteren en dicht bij je zijn. Nabijheid laat namelijk zien dat ze naar je toe zijn gekeerd. Ze willen dicht bij je zijn, zodat je voelt: “Ik ben er voor je. Ik ben geïnteresseerd in wat er met je gebeurt. Je bent belangrijk voor me.”
Ik weet dat dit allemaal niet gemakkelijk is, maar: “Het is geweldig als je je lichaam ook alles geeft wat je wilt dat anderen jou geven.”
Dan is er ook nog je geest. Je ziel.
Je geest wil ook aandacht. Hij kan je veel helpen, maar je geeft er geen aandacht aan. Aan je denken. Je geeft geen aandacht aan je denken en laat toe dat andere mensen je denken beïnvloeden. Je laat toe dat ze je manipuleren. Je laat toe dat je geest volledig vervuild raakt met allerlei rotzooi die je via de media binnenkrijgt. Negatief denken wordt gevoed. Je hersenen worden beschadigd. Jij bent degene die dit allemaal toelaat. Je geeft niet om het welzijn van je geest. Je gaat steeds verder. Je schept steeds meer vuil in jezelf. Je kunt je niet meer concentreren. Je neemt niets moois meer waar. Je laat jezelf gaan. Dat betekent: „Ik laat toe dat mijn geest verandert. Verandert door al het vuil dat je dagelijks te consumeren krijgt.“
Jij bent degene die zijn geest niet belangrijk vindt. Die ervoor zorgt dat hij niet vervuild raakt. Jij bent degene die dat doet. Wees je ervan bewust: ”Er zijn mensen die niets goeds voor je willen, maar jij bent degene die toestaat dat ze ook met je geest kunnen doen wat ze willen.“
Je geest is echter heel belangrijk. Hij kan je helpen om te zijn. Om te zijn wie je bent. Een liefhebber. Je denken is dan zoals het hoort te zijn, als je je geest verzorgt. Je let dan ook op wat je denkt. Je observeert wat je denkt. Je bent je ervan bewust dat je denken krachtig is. Het kan je ook op een pad brengen dat je niet wilt. Je weet dan dat negatief denken nergens toe leidt. Je weet ook dat je denken je kan scheiden van andere mensen. Je weet ook dat je niet bent wie je bent als je je laat meeslepen door je emoties. Als sterke emoties je agressief maken. Als woede en boosheid in je groeien. Als er ook haat is.
Je bent de baas over alles. Ook over je denken. Maar daarvoor is wilskracht nodig. Ik wil niet dat mij overkomt wat denken kan doen als je het gewoon laat gebeuren. Je denkt niet. Je staat voor: “Je EGO laat je denken.” Je wilt geen “Man” meer die je voortdurend afleidt met geklets en je niet laat zijn. Je wilt denken wanneer je dat wilt. Dat is een heel ander leven. Een leven zonder geklets en afleiding. Rust kan er zijn.
Rust die je nodig hebt om de stem van je hart te horen. Het is verbonden. Met alles verbonden. Het kan ALLES. Het is met alles verbonden, kan ALLES en wil je helpen. Helpen om te zijn.
Ik weet dat het zo is. Ik kan het doen. Me verbinden met mijn hart. Onderweg zijn met mijn hart. Dan ben ik gewoon rustig. Er is iets dat kracht heeft. Wil. Me wil helpen om rustig te zijn. Stil te zijn. De kracht van stilte te ervaren. Een stilte die ongelooflijk krachtig is. Met deze kracht kun je alles doen. Ik wil alles doen. Alles wat mijn taak is. Ik aanvaard het. Mijn hart is blij. Ik ga met mijn hart en doe wat mijn taak is.
Ik ben. Ik heb alles bij me wat ik nodig heb om te doen wat mijn taak is. Ik wil het doen. Het is wat ik wil. God wil ook dat ik mijn taak vervul.
Mijn ziel wil dat ook. Ze is er om me er altijd op te wijzen als ik niet op de goede weg ben. Mijn taak niet doe. Ik wil het doen. De ziel weet dat. Ik ben gekomen met alle talenten en vaardigheden, naar de plek waar ik ben, naar de mensen met wie ik ben, om mijn taak te kunnen vervullen. Het is allemaal goed.
Niemand moet denken dat ik dit allemaal zeg om iemand naar mij toe te halen. Ik wil niets anders zeggen dan: „Je kunt alles aan, als je dat wilt. Als je het serieus doet. Als je voor jezelf zorgt. Als je leert zien. Als je waardeert wie je bent en hoe je bent. Als je er gewoon bent en doet waarvoor je gekomen bent.“
Is het nu duidelijk waarom kanker te genezen is? Nog niet?
Dan vertel ik je nog iets.
Er zijn mensen die alles moeten meemaken wat ze meemaken. Dat is moeilijk te begrijpen, maar wordt duidelijk als je het volgende weet:
“Je bent. Je kunt. Je hebt. Je hebt ook ervaringen opgedaan. Je bent authentiek door alle ervaringen die je in je leven hebt opgedaan. Je kunt dus veel weten. Die kennis is er. Het kan je helpen om nu te doen wat nodig is.”
Er is veel nodig. Je gaat nu je weg. God wil het. Jij wilt het. Je bent er en je wilt er zijn. Je hebt je goed voorbereid op wat er moet gebeuren. Jij en veel mensen doen dat. Ze doen wat nu nodig is, zodat kan gebeuren wat moet gebeuren.
Het mens-zijn moet weer mogelijk worden. Overal op aarde. De aarde moet weer kunnen zijn. Geliefd, geëerd en gerespecteerd voor alles. Net als mensen.
Ik ben er met iedereen die dat wil. Dat mensen weer kunnen zijn wat ze zijn. Liefhebbenden.
Liefhebbenden die helpen dat alles goed is. Goed kan zijn.
Mensen zijn goed. Mensen kunnen veel. Alles moet zijn. Gelukkige mensen die, waar ze ook zijn, doen wat ze willen.
Zijn wat ze zijn. En er voor altijd voor zorgen dat nooit meer kan zijn wat nu is.
Niets dat met mens-zijn te maken heeft.
Als de menselijkheid verdwijnt, kan er geen mens-zijn zijn. God kan niet bij ons zijn.
Daarom zeg ik: „Als er mensen komen die niets meer vasthoudt, die alle menselijkheid hebben verloren, wil God niets doen. Nee, God wil altijd iets doen, maar kan niets doen, omdat de mens die alle menselijkheid mist, niet meer is. Hij is geen mens meer. Hij is weg. Weg van God. Van alles wat is. Hij is verloren in zijn gedachten. Voor altijd verloren. Er is geen terugkeer meer.
Alles is niet wat het was. Men is waar men altijd was. Waar NIET is wat mensen nodig hebben. Waar alles NIET is, omdat het niets doet voor mensen.
HET IS NU ZOVER. ALLES WAT HET MENS-ZIJN BELEMMERT, VERDWIJNT. ALLES WAT ONMENSELIJK IS, VERDWIJNT.
MENSEN ZIJN. ZIJ ZIJN LIEFDEVOL. LIEFDEVOLDEN DOEN. ZIJ GAAN EN DOEN WAT NODIG IS, ZODAT ALLES VERANDERT.
IK DOE MEE. IK WIL. GOD WIL. GOD HEEFT GEZIEN. ALLES GEZIEN. NOOIT MEER ZAL ER ZIJN WAT GOD HEEFT GEZIEN.
DAARVOOR WIL IK GAAN. MET VEEL MENSEN GAAN. WIJ STAAN SAMEN. DOEN WAT NODIG IS. ZIJN WAT WIJ ZIJN.
LIEFHEBBERS DIE ZIJN GEKOMEN OM TE VERANDEREN WAT NODIG IS.
ALLES VERANDEREN WAT NODIG IS, ZODAT HET MENS-ZIJN WEER MOGELIJK IS.